Geloven aan en geloven in

Wantrouwen

We leven in een tijd waarin er heel veel wantrouwen voorkomt. Veel mensen wantrouwen overheden. Dat is ten dele niet vreemd. Wanneer bv. de belastingdienst een hele groep mensen bij voorbaat als fraudeur ziet, is het geen wonder, dat die mensen diezelfde instantie wantrouwen. Als overheden onhandig of onduidelijk optreden, zoals vaak tijdens de coronacrisis, wekt dat ook wantrouwen bij mensen. Je ziet dat bv. bij die mensen die vaccinatie weigeren, omdat zij onzeker zijn geworden, mede door het zwalkend overheidsbeleid.

Vreemd is het echter als zelfs goed opgeleide mensen, tegen alle feiten in, de deskundigen wantrouwen en hun zelfs complotten toedichten, wanneer die specialisten op hun gebied wijzen op de ernst van besmettingen met het coronavirus en pleiten voor massale vaccinatie.

Zeker, gelukkig worden veel besmette mensen niet echt ziek, maar er zijn er toch heel wat die ernstig ziek worden en zelfs overlijden ten gevolge van dit virus. Wantrouwen is dus soms terecht. Vaak is dit niet het geval. En een samenleving waarin wantrouwen de overhand krijgt leidt daardoor schade. Je ziet dat bij dictaturen. Denk bv. aan de vroegere DDR, waarin iedereen moest vrezen te worden aangegeven, zelfs soms door naaste familie, bij de Stasi, de veiligheidsdienst.

Geloven in

Wantrouwen staat tegenover geloven in, vertrouwen koesteren jegens mensen en instellingen.
Er is ook een geloven aan, bv. aan leerstellingen van een kerk. In het christendom is er al vroeg een aantal dogmata vastgesteld. Dat in deze religie de leer zo’n grote betekenis heeft gekregen is niet zo verwonderlijk. Het christendom is namelijk al vanaf het begin een zendingsreligie geweest. Men trachtte allereerst Joden te bekeren door teksten (het Nieuwe Testament) zo samen te stellen dat er steeds werd terugverwezen naar Oudtestamentische teksten.

Men wilde daarmee bewijzen dat Jezus de beloofde Messias was. Het is duidelijk, dat dit gebruik van het Oude Testament afweek van de wijze waarop de Joden hun boeken lazen. Voor hen betekende dit een misbruik van hun bijbel. En christenen lezen nog steeds de joodse geschriften op hun manier.
Het christendom zou ook al heel vroeg zogenaamde bekeerde heidenen als volwaardige christenen in zijn midden opnemen. Die zogenaamde heidenen waren deels goed opgeleide mensen, met vaak een filosofische scholing. De kerk moest dus wel met een doordachte boodschap komen. Maar dan moest zij zich ook keren tegen een verwarrende interne discussie over de leer en tot bepaalde keuzes komen, d.w.z. een vaste leer. Toen al snel Jezus steeds meer werd vergoddelijkt ontstond de vraag: hoe verhoudt zich zijn goddelijkheid tot de ene God? Immers, men stond het geloof in slechts één God voor. En wanneer de kerk voorts beweert dat Jezus volledig God èn volledig mens was, moet daarover ook een duidelijke uitspraak komen. Zo kwam men tot de opvatting van één God in drie Personen en de zogenaamde twee-naturenleer betreffende Jezus. Wilde de kerk eenheid stichten en bewaren, dan moest zij wel haar gezag doen gelden. Dus een ieder moet de “ware” leer aanvaarden. Wie dat niet doet is een ketter, die niet langer binnen de kerk wordt geduld.

Twijfelen

Tegenover geloven aan staat twijfelen. Voor veel modern denkende mensen is de kerkleer betwijfelbaar en niet langer overtuigend. Vrijzinnigheid houdt in dat je nooit op gezag van welke instantie ook gedwongen mag worden te geloven aan dingen die je eigenlijk betwijfelt. Vrijzinnigen voelen zich daarom aangesproken door de oproep van de wijsgeer Immanuel Kant (1724 – 1804): heb de moed je eigen verstand te gebruiken.

Dat zo velen de kerken verlaten is het gevolg van een vasthouden aan een achterhaalde leer. De vrijzinnigheid is echter blijven steken in een ontkenning van de orthodoxe lezingen zonder naar inhoud en vorm uiting te geven aan wat hier en nu leeft bij modern denkende mensen. Immers, zij kunnen bv. met de traditionele wijze van spreken over God en Jezus, waarvan bijna alle liederen uit het nieuwe liedboek der kerken getuigen, niets meer aanvangen.

Het is jaren geleden al vastgesteld dat de vrijzinnigheid kampt met het probleem in zichzelf vast te zitten. Als zij de gebruikelijke inhoud en vorm loslaat, laat zij haar leden in de steek. Maar daardoor verliest zij tegelijk wervingskracht bij modern denkende, vooral nieuwe, generaties. Die zullen echter zeker met hun eigen creativiteit nieuwe wegen leren te gaan. De tijden veranderen, dat geldt ook voor levens- en wereldbeschouwingen. We mogen geloven in de creatieve geest van de mens en het geloof aan veel opvattingen leren relativeren.

dr. Rob Nepveu

Meer blogs ..

1 antwoord
  1. R.Middel
    R.Middel zegt:

    “Vrijzinnigen voelen zich daarom aangesproken door de oproep van de wijsgeer Immanuel Kant (1724 – 1804): heb de moed je eigen verstand te gebruiken.”.
    En als je dat doet in deze wereld met berichten die je alom onzeker maken: vrijheid, dogmatiek evolutie, ruimtereizen, wat we kunnen met precisie naar mars reizen en daar wat laten bewegen en op snuffelen, wat wetenschap wel en niet kan bij corona,…….. . Een veelheid waarbij ik mijn verstand moet gebruiken en mijn overeind zien te houden in deze “unieke” wereld. Hoe kan ik al die ideeën voor mij zelf combineren zodat ik er vrede mee heb in mijn sociale omgeving. Bij de Vrijzinnigen krijg je daar soms de goede antwoorden op als je blijft zoeken.

    Beantwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.