Informele zorg

‘Denk je dat ik jouw mantelzorger ben?’, vraag ik mijn 92-jarige buurvrouw, chemicus en feministe van het eerste uur. Zij antwoordt: ‘Ja, en daar reken ik ook op!’ Wat eigenlijk onuitgesproken was tussen ons, is nu uitgesproken. Het was een bevestiging van de relatie die de afgelopen jaren tussen ons is gegroeid. Mantelzorg begint met kleine dingen, een boodschapje of iets ophangen en kan tot een grote taak uitgroeien.

Om een onderscheid te maken tussen informele zorg en formele zorg, bedacht Johannes Hattinga Verschure in de jaren zeventig het woord mantelzorg. Hij bedoelde daarmee de zorg die mensen vanzelfsprekend aan elkaar geven. Het woord mantel komt voor de zorg die mensen verwarmt omdat ze elkaar er als een mantel mee omgeven. Mooi uitgangspunt, maar ik vind het woord mantel nogal stigmatiserend.

Het is een woord voor een vrouwenjas; dat is waarschijnlijk niet toevallig. We komen uit een samenleving waarin veel vrouwen thuisbleven om voor het gezin te zorgen. Ook in deze tijd hadden niet alleen vrouwen zorgende mantels. Het verwachtingspatroon was vroeger dat je als vrouw goed was in zorgen. Nu werken de meeste vrouwen minimaal parttime en is er nog steeds de verwachting dat zij daarnaast mantelzorg verlenen.

Het heet nog steeds mantelzorg. Waarom niet een meer genderneutraal woord? Het is moeilijk een alternatief te vinden, maar ‘informele zorg’ zoals in het Engelstalige gebied vind ik een mooie uitleg. Iedereen wil het liefst informeel verzorgd worden, door geliefden, familie of buren. Spreken over informele zorg gaat meer uit van de degene die verzorgd wordt dan van degene die zorgt. In mantelzorg moet je een mantel zijn, een mantel omleggen. In informele zorg, krijg je zorg van betrokken anderen.

In de toekomst zal niemand in Nederland aan een informele zorgrol ontkomen. Zeker als je met pensioen bent, ga je zorgen. Of je het nu wilt of niet, er zullen altijd mensen in je omgeving zijn die zorg nodig hebben en weinig familie hebben. We zullen allemaal Martha’s en barmhartige Samaritanen zijn. Dan volgt misschien de maatschappelijke opwaardering van de zorgtaken.

Ik ben met een soort ‘zorg-gen’ geboren. Dat levert veel diepe relaties op in het leven, maar kost ook wat. Iedereen bij formele instanties is uiterst behulpzaam als het woord mantelzorger klinkt. Dat is ook erg belangrijk als iemand verder geen familie heeft. Hoe gaan wij in onze samenleving informeel voor elkaar zorgen? De nieuwe generaties zijn er niet meer mee opgevoed. Ik weet niet wie mij gaat verzorgen, maar ik kijk er absoluut niet naar uit.

Hoewel we zullen moeten gaan zorgen, is de grootste waardering op oudere leeftijd nog steeds onafhankelijk zijn. Afhankelijk en zorgen voor iemand of verzorgd worden wordt sociaal veel minder gewaardeerd. Het gaat zelfs zover dat mensen in de discussie rondom voltooid leven aangeven hun leven te willen beëindigen, omdat ze afhankelijk zijn. Afhankelijk zijn ziet men als groot ongeluk en kwaad. Het is mijn diepste overtuiging dat mensen afhankelijk worden geboren en we afhankelijk doodgaan. Dat in die afhankelijkheid onze diepste relaties geboren worden met degene die ons lief zijn.

Opvallend veel mannen gebruiken in deze discussie het niet afhankelijk willen zijn als argument. Zou het vrouwelijke equivalent kunnen zijn: als ik voor niemand meer kan zorgen heeft mijn leven geen zin meer? In mijn familie waren vrouwen die het heel moeilijk hadden met het wegvallen van zorgtaken. Het toekomstperspectief voor vrouwen is dus duidelijk veel positiever dan voor mannen. Er zullen altijd mensen blijven om voor te zorgen, het worden er alleen maar meer. De mens krijgt volop zorgobjecten aangeboden, want we worden allemaal honderd. Of eerder ziek. Ook aan de toekomst van de man wordt gewerkt. Misschien wordt Nederland straks het eerste land ter wereld waar het mogelijk is om je leven te laten beëindigen door de huisarts op de tijd dat jij dat wilt. En natuurlijk komen er steeds meer robots zodat je zonder hulp van andere mensen kunt leven. Er zijn veel mannen die zorgen en veel vrouwen die onafhankelijk willen zijn, dat weet ik en zie ik ook allemaal. Het gaat mij om de maatschappelijk waardering van het zorgen.

Direct in het verlengde ligt natuurlijk ook de schamele betaling van mensen die in de verzorging werken. Dat heeft dus direct gevolg voor onze eigen waardering van de zorg. Waarschijnlijk groeit onze waardering pas als we zelf ziek en/of afhankelijk worden.

Wies Houweling
algemeen secretaris

Met toestemming overgenomen uit De Linker Wang

meer blogs

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.