Recensie: De heilige natuur van K. Armstrong

Komt het nog goed tussen mens en natuur?

Opnieuw beleefden we een hete, droge zomer. En weerkundigen raden ons aan om er maar aan te wennen. Want weersextremen komen in de toekomst vaker voor, voorspellen ze, nu de aarde blijft opwarmen. Temperatuurschommelingen doen zich weliswaar al voor zolang onze planeet haar rondjes draait, maar de stijging die we nu zien voltrekt zich in een opvallend hoger tempo dan ooit tevoren, zo wijzen metingen uit. En dat is geen goed nieuws voor toekomstige generaties.

In Volzin las ik een interview met een elfjarige jongen die dat heel scherp in de gaten heeft: “Ik denk dat onze ouders de wereld erg hebben verpest.” Hij houdt dan ook zijn hart vast voor de toekomst. En met hem hebben meer kinderen ‘klimaatstress’, signaleren hulpverleners. In Trouw raadt een orthopedagoog ouders aan om er niet alleen met hun kinderen over te praten, maar ook samen wat te doen. “Maak er werk van. Een hoopvolle toekomst gaat niet alleen over woorden, maar over een aanpassing van de dagelijkse levensstijl.”

Natuur als decor

Voor inspiratie voor een andere manier van leven kunnen we nu onder andere te rade gaan bij de Amerikaanse denker Karen Armstrong (77). Van haar hand verscheen in juni het boekje ‘De heilige natuur.’ Een boek dat nodig was, vindt Armstrong zelf. Want we zijn volgens haar in het westen op een rampzalige manier onthecht geraakt van de natuur. We zien onze natuurlijke omgeving nog slechts als decor. Of erger nog, als een verzameling grondstoffen. Hoe is dat zo gekomen?

Armstrong wijst met een beschuldigende vinger naar de Bijbel. Daarin is ze bepaald niet de eerste. Maar waar anderen de Bijbel nog proberen te redden door te zeggen dat bepaalde passages – zoals de opdracht in Genesis 1 om de aarde te ‘onderwerpen’ – verkeerd zijn uitgelegd, ziet Armstrong een fundamenteler probleem. In tegenstelling tot veel andere tradities, zoeken de schrijvers van de Bijbel God niet langer in de natuur. God is in de Bijbel zover verheven boven de natuurlijke wereld, dat het daarna nog maar een kleine stap is naar het reduceren van de natuur tot handelswaar. En precies dat gebeurde aan het einde van de Middeleeuwen, zo meent Armstrong.

In haar boek laat de schrijfster zien dat het westerse christendom in dat denken vrijwel alleen staat. Oosterse religies zien de natuur nog wel als heilig (Afrikaanse tradities ook, maar die laat Armstrong helaas buiten beschouwing). Niet dat zij de natuur alleen maar als teer, lief en fantastisch beschouwen. De natuur is evengoed woest en wreed. Als Armstrong de natuur heilig (sacred) noemt, bedoelt ze vooral dat de natuur niet ‘van ons’ is. Dat besef moet terug, vindt ze, want alleen zo kunnen we onze relatie met de natuur herstellen.

Gulden regel

‘De heilige natuur’ is een poging om ons langs spirituele weg opnieuw te verbinden met de natuur. Zo roept Armstrong op om de universele gulden regel – wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet – uit te breiden naar ál het leven. Dat gaat niet vanzelf, weet ook Armstrong. Ze leert van het confucianisme dat voor verandering oefening nodig is. En dus eindigt elk hoofdstuk met een gedeelte, voorzien van het kopje ‘De weg voorwaarts’, waarin Armstrong ons uitnodigt om anders te kijken naar de natuur en ons te oefenen in empathie en compassie.

Tegen het eind van haar boek citeert ze een vroeg-boeddhistisch gedicht uit de Pali-canon: “Laat ons alle schepselen koesteren, zoals een moeder haar enig kind. Mogen onze liefdevolle gedachten de hele wereld vullen, boven, onder, overal – zonder grens; een mateloze welwillendheid voor al, onbeperkt, vrij van haat en vijandschap.” Armstrong stelt voor om de tekst dagelijks op te zeggen en zo te groeien in een gevoel van liefde en verantwoordelijkheid voor alles wat leeft.

De hamvraag is of het Armstrong lukt om ons te verleiden tot een andere omgang met de natuur. Ze probeert het niet met de droge feiten, zoals klimaatwetenschappers doen, maar met religie en spiritualiteit. Dat is een aardige vondst. Alleen legt Armstrong religieuze teksten vervolgens weer uit op een tamelijk beschouwende manier. Het boek blijft daardoor wat theoretisch en zelfs afstandelijk. Ik had graag meer gelezen over haar eigen relatie met de natuur en in hoeverre die is veranderd in de loop van de tijd.

Aries van Meeteren
voorganger Hardinxveld/Giessendam

Karen Armstrong, De heilige natuur. Hoe we de relatie met onze natuurlijke omgeving kunnen herstellen (Querido 2022), 256 p.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.