Voedselbank

Voedselbank

Van één december tot één maart runnen wij een voedselbank. Onze gasten zijn daar in die periode fel op. We zijn de hele dag open en zodra het licht wordt komen de eerste gasten. Wij verstrekken vooral calorierijk voedsel, want daar is in de winter grote behoefte aan. Als het niet vriest kunnen onze gasten gebruikmaken van een badgelegenheid. Die is echter voor sommigen toch wat aan de krappe kant. Op het terrein is ook een huurhuisje gelegen maar de belangstelling daarvoor is niet zo groot, hoewel kijkers bij slecht weer het huisje gebruiken om te schuilen. Wij rekenen daar niets voor. Opvallend is dat de gasten van de voedselbank over het algemeen goed gekleed gaan. Man en vrouw zitten meestal keurig in het pak. Steevast wordt de bank bezocht door een heel parmantig, maar wel hongerig stelletje waarvan beiden gekleed gaan met een rode broek. Vanuit onze kantoorkamer kunnen wij hen gade slaan en als wij dit stelletje zien komen dan zeggen wij hardop:

‘De spechten zijn er weer.’ Speciaal voor hen is er een pot met vogelpindakaas.

Wij begluren onze gasten door een kijker van de vogelwacht en kunnen soms onze ogen er niet vanaf houden. De natuur is veel mooier dan de plaatjes in het vogelboek.

Toch blijkt dat men in de natuur niet altijd aardig is voor elkaar. Kleine vogeltjes worden gemakkelijk weggejaagd door een grotere, en dat geldt al voor koolmezen en pimpelmezen onderling. Maar soms komt er een Vlaamse Gaai en dan is al het kleine grut op slag vertrokken. Veiligheid is in die maanden een belangrijk item want katten uit de buurt willen graag hun jachtdrift bevredigen en loeren liefst vanuit een dekking op een vogeltje dat even minder waakzaam is. Gelukkig vindt bevrediging maar zelden plaats.

Al met al een lieflijk tafereel, dat komen en gaan van het gevederde volkje. Maar je wordt er ook wel een beetje filosofisch van omdat je je onwillekeurig af gaat vragen waar ze vandaan komen, en waar ze naar toe gaan.  Vooral het wonder dat zo’n klein beestje zich zo in leven weet te houden, en het ook in al zijn celletjes dna heeft dat volgens hetzelfde systeem is opgebouwd als het onze, wat betekent dat wij mensen net als de vogeltjes een onderdeel zijn van de natuur.

Spinoza zei:  “God is Natuur en de Natuur is God”. Wij van de voedselbank zeggen:

‘Dat kan niet missen, want een zingeving van ons bestaan is het in stand houden van de natuur.’

Wouter Blokhuis

Meer blogs

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.