Vrouwelijke predikanten

De EO zond een programma uit waarin vrouwelijke predikanten en vrouwelijke theologiestudenten met elkaar in gesprek waren. Het betrof meisjes en vrouwen die bij een behoudende christelijke gemeenschap behoorden, waar vrouwelijke predikanten nog niet algemeen aanvaard waren. De vrouwen beschreven eerst in algemene zin de positie van vrouwelijke theologen. In hun kring was die nog steeds lastig. Vervolgens bespraken ze een interessant voorval: Nadat twee vrouwelijke predikanten voorafgaand aan een kerkdienst hun toga’s hadden aangedaan, merkte een daar aanwezige man op: “Jullie zien er goed uit.”

Het gaat niet om je uiterlijk

Later bedachten de predikanten zich dat zoiets nooit tegen mannelijke predikanten wordt gezegd als ze in toga verschijnen. Ze vonden bovendien dat het niet hoort. Het moet er toch niet toe doen hoe je eruitziet? Het gaat toch om je deskundigheid? Je wilt niet anders behandeld worden dan de mannen. Maar ze hadden niet snel genoeg gereageerd. Ik vroeg me af of ik een dergelijke situatie herkende. Wij zijn als Vrijzinnigen Nederland natuurlijk verwend met onze vroeg 20ste eeuwse vrouwelijke predikanten zoals Annie Zernike. Ook hebben onze gemeenschappen de bijbelse opmerking van Paulus uit 1 Korintiërs 14 : 34  ˗ “Vrouwen moeten gedurende uw samenkomsten zwijgen. Ze mogen niet spreken (…)” ˗ nooit een serieuze leidraad gevonden.

Herkenning

Ik herkende inderdaad situaties waarin ik als enige vrouw tussen mannelijke predikanten werd overgeslagen bij het rondje koffie. Of dat ik werd aangekondigd met mijn voornaam. Ook werd ik eens nadrukkelijk als enige niet gevraagd om een theologische lezing in te brengen. Gelukkig waren de gebeurtenissen heel schaars. Het betrof ook allemaal voorvallen uit de oecumene. Maar het voorbeeld riep helaas op een heel ander punt ook herkenning op! Tot mijn schrik bedacht ik mij dat ik zelf behalve tegen vrouwen ook tegen mannen weleens iets over hun uiterlijk zeg. Als ze met een mooi gekozen das of jasje verschijnen waarvan ik vermoed dat er zorg aan is besteed zeg ik wel: “Dat staat goed” of: “Dat is een mooie das”. Ik dacht dat ze mijn complimenten plezierig zouden vinden. Ik denk niet dat ik het er voortaan nog op waag.

Katrijne Bezemer
voorganger van Zuid-Kennemerland en Voorburg

Meer blogs …

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.