Winter

Als ik uit mijn raam kijk, zie ik bomen die hun blad hebben verloren. Hun takken steken helder af tegen een blauwe lucht. Dat is bijzonder want de lucht was dagenlang gevuld met grijze wolken, waaruit af en toe een forse regenbui kletterde. Maar nu is het rustig en helder. Het licht is alweer aan het afnemen, een teken dat de avond aanstaande is.

Korte dagen

De dagen zijn maar kort in deze tijd. Over een paar weken beleven we de kortste dag van het jaar. Soms denk ik dat we daar nauwelijks meer oog voor hebben, door de problemen waar we mee geconfronteerd worden. Klimaat, coronavarianten en agressie lijken haast dagelijkse ingrediënten van ons geestelijk voedsel. We worden als het ware meegezogen in de maalstroom van alle dag. We krijgen een kort lontje, we worden bang om iets te verliezen, terwijl we eigenlijk genoeg hebben.

Schoonheid

En dan kijk ik door mijn raam en zie de schoonheid van de bladerloze takken tegen de alweer donker wordende lucht. Het is windstil. De natuur lijkt uit te rusten. Dat hoort ook in deze tijd. De natuur trekt zich weinig aan van onze zorgen, en dat is maar goed ook. Toch hebben wij een plicht jegens de natuur. Wij mensen dienen de natuur te respecteren, want de natuur wordt door levende organismen gevormd. De bomen die ik uit mijn raam kan zien zijn, net als alle bomen en planten op aarde, levende wezens met een eigen DNA.

Natuur

Alleen kunnen ze niet praten en bewegen in die zin dat ze op één plaats blijven. Maar de aanwezigheid van DNA verbindt ons wel met de natuur. Het zegt namelijk iets over onze afstamming, want heel lang geleden is het leven op aarde begonnen met een primitief begin waar alle levende materie uit voortgekomen is. Het voert echter te ver om te denken dat wanneer u tegen een boom praat de boom u zal begrijpen. Daarvoor zijn de bomen en wij mensen te ver uit elkaar gegroeid. Als je een boom omhakt zal deze geen pijn voelen. Hooguit voel je zelf pijn omdat je zijn schaduw mist in de zomer, en er een open plek in je tuin is gevallen.

Er bedreigen ons voortdurend gevaren, om de eenvoudige reden dat wij levende wezens zijn. Dat wil niet zeggen dat wij zielig zijn. Maar we dienen ons wel bewust te zijn dat er nog meer levende wezens op aarde zijn. Dat bewustzijn zie ik als zingeving voor de winter.

Wouter B. Blokhuis

Meer blogs …

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.