Vrij discussiëren

We zitten met de deelnemers van een gesprekskring in een grote elipsvorm bijelkaar. ‘Vrouwen in de filosofie’ betreft het onderwerp en de 9 aanwezige vrouwen en 3 heren beloven al direct dit onderwerp recht te doen. De kring heeft tot doel om vrouwelijke filosofen die schaars zijn en die ook in onze tijd nog geregeld achtergesteld worden, in de schijnwerpers te zetten. Harriet Taylor Mill (1807-1858) is een van de vrouwelijke filosofen die ter sprake komt. Zij is in de schaduw van haar echtgenoot John Stuart Mill gebleven maar Mill beschrijft zijn beroemde boek ‘On liberty’ als een gezamenlijk project.

Vrijheid van burgers

De Mills bespreken in ‘On liberty’, de vrijheid van burgers ten opzichte van de wetten en regels van een samenleving. Ook de ‘stille’ sociale wetten en regels van ‘denkbeeldige buren’ komen aan bod. Ze concluderen dat de overheid/maatschappij haar autoritair gezag alleen dan over een individu mag uitoefenen, als diens gedrag schade berokkent aan anderen. Alleen dan is beknotting van de persoonlijke vrijheid geoorloofd. Wij bevinden ons opeens midden in een actuele discussie. In de politiek wordt namelijk vergaderd over 2G. Iets wat twee weken geleden als uitdrukking nog niet bestond staat ter discussie. Wat zou Harriet Taylor Mill vinden? Wat vinden wij? Moet er een 2G komen, of verplichte vaccinaties? De hete hangijzers komen gewoon op tafel te liggen.

Vrijheid van meningsuiting

Het is mooi dat onze kring zich nu ontpopt als kring met veel vrouwelijke filosofen, opinionmakers en ethici. Wij bespreken wat ‘goed’ is. Het blijkt dat de grote meerderheid op dat moment voor 2G is. Maar er is ook een deel ‘onthoudingen’ en een enkeling die 2G op geen enkele basis acceptabel vindt. En hoe ging dat toen verder in de gesprekskring en wat gebeurde er toen? Niets. Er gebeurde verder niets! Mensen worden niet uitgescholden en aanwezigen wordt niet gevraagd te vertrekken of onder druk gezet hun mening te wijzigen. We zijn het oneens maar blijven gezellig met elkaar koffiedrinken. Zo gaat dat als het goed is in onze vrijzinnige gemeenschappen als we moeilijke maatschappelijke thema’s bespreken. We mogen onze mening uiten zonder dat we een ander die vrijheid misgunnen.

Katrijne Bezemer
voorganger Voorburg/Sassenheim en Zuid-Kennemerland

Meer blogs …

Beveiliging

Vandaag was het weer zover. Een werknemer van de beveiligingsfirma kwam voor de jaarlijkse controle. Nou, nou, zult u zeggen: dan heb je misschien ook wel waardevolle zaken in huis. En eerlijk, dat was vroeger ook zo. Maar de tijden veranderen. Wat vroeger waardevol was is dat nu vaak niet meer. In de huidige tijd zijn zaken als een door de shredder gehaald schilderij veel meer waard dan een porselein bord. Waarvoor heb je dan beveiliging? vraagt u. Voor de zekerheid waarschijnlijk, en voor de sticker op de deur. En natuurlijk vanwege de alarmcentrale, die altijd onmiddellijk reageert als het alarm afgaat wat zeker eens per jaar gebeurt.

Gebedje

Raar eigenlijk dat idee, dat een alarmcentrale over je waakt. Is dat omdat wij mensen in vroeger tijden dat vertrouwen aan God gaven? Dat Hij over ons mensen waakte? Als kind moest ik vroeger voor het slapen gaan altijd een avondgebedje bidden:
Ik ga slapen, ik ben moe,
Ik doe mijn beide oogjes toe
Lieve Heer houdt thans de wacht
Ik zeg u allen goede nacht
En onder het brommend geluid van de eskaders bommenwerpers die op weg waren naar Duitsland om daar hun vernietigende lading af te werpen, sliep ik in.

God woont niet meer op een wolk

In de tegenwoordige tijd geloven de meeste mensen in de westerse wereld niet meer dat God over ons waakt en ons leven bestiert. Velen menen zelfs dat God niet bestaat. Maar 75 jaar geleden werd het kind van gelovige ouders wel een avondgebed geleerd. Er werd ook steevast na het eten uit de Bijbel gelezen, ook toen de maaltijd nog bestond uit een vage soep die uit de gaarkeuken kwam.
Niet alleen antiquiteiten zijn in waarde gedaald maar de overtuigingen van de westerse mens zijn veranderd en daardoor is ook God minder waard geworden. Hij heeft niet zoveel meer te vertellen lijkt het. In de periode die wordt aangeduid als de Verlichting, begon de wetenschap zich te ontwikkelen. In de literatuur daarover kom je veelvuldig de opmerking tegen dat God een stapje terug moest doen. Maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat dat stapje terug in vergelijking met de ontwikkeling van de laatste 75 jaar, maar een heel klein stapje was.
God heeft zijn bejaardenoutfit afgedaan. Hij woont ook niet meer op de derde wolk boven het huis van dominee Stekelenburg. Waar hij wel is gebleven, moeten we opnieuw ontdekken. Deze zoektocht zal tot zingeving leiden.

Wouter B. Blokhuis

Meer blogs ….

Gedenken

Je hebt het over het ‘gedenken’ alsof het alles was waar je in geloofde. Maar je bent toch dominee. Geloof je dan niet in het eeuwig leven?

Ja, mijn atheïstische vader heeft zich dit gesprek over het leven en de dood klaarblijkelijk anders voorgesteld. Gedenken, dat doet hij toch ook! Van mij die zo’n 35-40 jaar geleden een enorme strijd heeft geleverd om zich ‘gelovig’ te kunnen noemen, heeft ‘ie anders verwacht. Meer …

Ik heb een sip koffie nodig en een extra sigaret om zijn teleurstelling te accepteren en met mijn verhaal door te gaan.

Kijk maar deze foto, pa! Je kent die plek, wij hebben daar jarenlang onze zomervakanties doorgebracht. Dat is het Zilvermeer in het voormalig Oost-Pruisen. Dit bos is er: door de eeuwen heen. Ooit hebben hier de heidense Pruisen geleefd die er zelfs een tempel in bouwden. Toen kwamen hier de ridders van de Duitse Orde met de zwarte kruizen op hun mantels en schilden. Daarna de houthakkers en kooplieden om de rijzige dennenbomen die te vellen. Ze waren nodig: als masten op de VOC-schepen. Maar het bos is er nog steeds. Je hebt gelijk, ik geloof niet in het eeuwig leven, ik zie het. Ik zie het leven dat sterker is dan de dood en dat tegelijkertijd die dood nodig heeft. Want deze prachtige herfstkleuren zijn toch de kleuren van het doodgaan en hun bijzondere geur is de geur van het verval. Ik zie dat het leven altijd doorgaat. Dat gebeurt sowieso: met of zonder ons! Misschien gaat dit zonder ons zelfs veel beter, zoals de huidige klimaatcrisis lijkt te tonen. Wat wij wel kunnen doen is juist gedenken. Daardoor geven we aan het Geheim van het Leven wat reliëf. Wij geven er een naam en een gezicht aan. Ooit ook jouw naam en jouw gezicht. Jij zult niet vergeten worden …

Ik kijk hem aan. Ik weet dat hij zich oud voelt, zwakker, soms zelfs een beetje hulpeloos. Die sterke, zelfbewuste, dikwijls lastige man uit het verleden is er niet meer. Heeft hij iets aan mijn woorden gehad? Dat weet ik niet …

Jarek Kubacki

Meer blogs

Zingeving

Mijn aandacht werd getrokken door de cover van de bijlage van mijn zaterdagse krant. ‘Op zoek naar zingeving’ was een tekst nog net niet in chocoladeletters, maar schreeuwend genoeg om mij nieuwsgierig te maken. Het bleek om een reportage te gaan. Drie carrièrevrouwen, zogezegd ‘middelbare dames’, die een switch hadden gemaakt van een drukke baan naar hulpverlening. Daar is toch niets mis mee, zult u zeggen. Het enige is dat zij nauwelijks enige opleiding daartoe hadden genoten. Als je dat vergelijkt met een verpleegkundige die enige jaren bijscholingscursussen heeft gevolgd alvorens zij als praktijkondersteuner-ggz mag werken. En dan spreek ik nog niet van een psychiater. Als je dan leest dat het hoge uurtarief dat de dames berekenen ‘doorgaans geen bezwaar’ is, dan ben ik geneigd om te spreken van ‘eigen zingeving’.

De dames in de reportage hadden voordat zij de carrièreswitch maakten een drukke baan. Zij waren dus doorkneed in het omgaan met mensen. Dan gebeurt er iets naars in hun leven en ze willen iets anders. Dat is heel natuurlijk, en past bij de leeftijd. En dan ga je anderen helpen terwijl je daar goed aan verdient.

Psychiater Esther van Fenema spreekt ronduit van mentale kwakzalvers. Zij ziet de brokken die coaches maken. Met een vlotte babbel kun je niet iemand genezen. Tenzij die iemand eigenlijk weinig mankeert en gewoon het geld ervoor over heeft om eens te kunnen praten. Maar het is goed te bedenken dat iedereen zich coach mag noemen, want het is geen beschermd beroep. Als je met een coach in zee gaat weet je waar je aan begint, maar niet waar je eindigt.

In mijn werkzame leven ben ik veel alternatieve geneeswijzen tegengekomen. Daarvan heb ik de brokken gezien en de overlijdens staan mij nog helder voor de geest. Soms argumenteren de mensen met ‘er is meer tussen hemel en aarde’, dan wordt Shakespeare onvolledig geciteerd. De enige die er zingeving aan ondervond was de ‘hulpverlener’. Zijn of haar beurs werd gespekt.

Zingeving is niet te koop. Dat kun je ook niet van een coach leren. Zingeving in je leven moet je ontdekken door je met anderen in te laten. Niet tegen een ‘doorgaans geaccepteerd uurtarief’ maar door je open te stellen voor je medemens. In eigen kring maak ik mee hoe zinvol vrijwilligerswerk is. De vreugde en voldoening spatten er af. Het is maar een bescheiden voorbeeld, maar zo werkt het wel. Dan pas ben je met zingeving bezig, en het kost niets.

Wouter Blokhuis

Meer blogs …

Taal

Na het belletje in de wachtkamer kwam een matig verzorgde oudere man binnen. Uit de gegevens die voor mij lagen, maakte ik op dat hij alleen woonde. Het adres dat op de kaart stond verwees naar een huisje eigenlijk tussen twee dorpskernen in. Hij kwam niet vaak op het spreekuur en voor mij was het de eerste keer. Zolang werkte ik nog niet in de praktijk. Na de gebruikelijke begroeting nam hij plaats en vroeg: ‘Verstaat u de Tale Kanaäns?’

Tale Kanaäns

En hoewel ik wist dat ik gevestigd was in een dorp in de Biblebelt, overviel die vraag me enigszins. Dat ik te maken zou krijgen met strenge orthodoxe opvattingen, was duidelijk. Maar een taal die mij zo vermoedde ik, terug zou voeren naar de Middeleeuwen, of nog vroeger, had ik niet verwacht. Toch had de uitdrukking ook iets bekends. En ik dacht terug aan mijn lagere school, een School met den Bijbel. Kanaän deed mij denken aan water wat in wijn veranderd was. Of was dat Kana? Deze associaties flitsten door mijn hoofd, maar de man wachtte op antwoord. Dus zei ik in mijn jeugdige overmoed:

‘Het behoort niet tot mijn gewone manier van spreken, maar vertelt u maar wat u wilt zeggen of vragen, dan komen we er wel uit.’ En dat was ook zo, maar mijn oren flapperden wel van de pompeuze woorden die hij gebruikte. Nog twee keer kwam hij op het spreekuur, toen overleed hij plotseling en liet zijn huisje na aan het Groene Kruis.

Eigen idioom

De plaatselijke bevolking beschikte over een eigen idioom wat ons aanvankelijk voor raadsels stelde. Dat ging over toen een oudere dame een woordenlijst maakte die veel verklaarde. Maar er was geen relatie tot de Tale Kanaäns. Dat was toch iets anders, iets heel erg orthodox.

Taal is een vaardigheid die mensen bezitten. Taal dient bijvoorbeeld als communicatie tussen mensen. Maar taal is ook een middel om gevoelens en emoties te uiten. Tegenwoordig wordt taal soms misbruikt om een mening op social media te uiten. Dan denk ik nog weleens terug aan de Tale Kanaäns. Beledigen in Bijbelse bewoordingen kun je je haast niet voorstellen.

Het belang van taal

Het is denk ik, om het belang van taalgebruik te onderstrepen. Kinderen leren het spreken in eerste instantie van hun moeder. Het taalonderwijs moet daarop voortborduren en de taalontwikkeling stimuleren. Taal zorgt ervoor dat mensen begrip krijgen en zo zingeving kunnen ervaren.

Wouter B. Blokhuis

Meer blogs ….

Filosofie

De denker

Op mijn schrijftafel ligt een boek met een mooie omslag. Een afbeelding van een beeld van Rodin, Le Penseur, prijkt groots in het centrum van de omslag. Le Penseur – de denker – past hierbij want het boek gaat over filosofie. Het is geen diepgravend boek, eerder een naslagwerk want in het kort worden beroemde filosofen en belangrijke filosofische onderwerpen behandeld. Ik heb het boek uit de kast gehaald omdat ik iets meer wilde weten over de Britse filosoof David Hume. Merkwaardig zoals gedachten en associaties lopen, was ik een opmerking over Hume tegengekomen in een boek over octopussen. Je kunt je afvragen wat octopussen in vredesnaam met Hume te maken hebben en ik moet zeggen: niet veel. Maar ik zal een en ander verklaren.

Buitengewoon Bewustzijn

Het boek over octopussen draagt als titel: Buitengewoon Bewustzijn. Geschreven door een Australische filosoof die de duiksport beoefent en die onderzoek heeft gedaan naar de gedragingen van octopussen. Octopussen worden in dit boek aangeduid als koppotigen met een hoogontwikkeld zenuwstelsel. In een beschouwing komt de schrijver met Hume op de proppen als hij de vraag behandelt: wat is ons zelf eigenlijk? Hij citeert dan Hume die in de 18e eeuw zich die vraag ook al stelde.

Jezelf zijn

Hume zei, dat na uitgebreid zelfonderzoek hij van mening was dat men zichzelf is en dat het zelf een continuüm van gedachten, beelden en woorden is. David Hume was een empirist, een onderzoeker, die overigens in zijn tijd maar matig gewaardeerd werd. Hume sprak echter in de 18e eeuw al woorden naar mijn hart. Zongen Koot en Bie al veertig jaar geleden: ‘Zoek jezelf, broeder…’ geheel conform het ideaal van die tijd, zal op deze manier niemand zichzelf vinden. Dat komt omdat men vaak een dromerige gedachte heeft over de werking van het menselijk brein. Je kunt je hoofd niet leegmaken, zonder brein zijn wij niets. Je kunt jezelf niet zoeken, je bent jezelf en het brein werkt altijd.

Onderbewustzijn

Maar het onderbewuste dan? Vraagt u. En dan denk ik meteen aan psychiaters, die hun patiënten op een bank leggen. Ons brein wordt door sommigen wel een geheugenfabriek genoemd. Om mijn eigen dichtregels aan te halen: ‘In de spelonken van mijn geest, leven mijn herinneringen…’ De Freudiaanse bank raakt in onbruik, herinneringen, hoe gekleurd ook, zijn oproepbaar en nemen de plaats in van wat we het onderbewuste noemden.

Aanvaarding

Wij moeten, denk ik, onszelf aanvaarden met wat we zijn. Als we moe zijn moeten we rusten. Als we bang zijn moeten we bescherming zoeken. Voor mij is dat het belangrijkste van vrijzinnigheid. Als we onszelf aanvaarden kunnen we ook anderen aanvaarden.

Wouter B. Blokhuis

Meer blogs …

Levensenergie

Ik heb in de laatste weken moeten constateren dat ik me tot nu toe, ondanks dat ik hier al 20 jaar woon, nog niet heb gerealiseerd wat het eigenlijk betekende in de buurt van twee studentenverenigingen en een aantal studentenwoningen te leven. Ik had er echt geen flauw benul van.

Wakker

Want het is nog nooit gebeurd dat ik de hele nacht wakker werd gehouden door het geschreeuw en gebrul van de feestende menigte die voortdurend heen en weer liep omdat drinken, dansen en kabaal maken niet voldoende waren. Er moest nog een nachtduik in de gracht genomen worden.

Begrip

Ben ik dan elke vorm van begrip voor de jeugd kwijt? Nee, ik begrijp ze. Af en toe lust ik ze wel rauw maar ik begrijp ze toch. Ze moeten toch wel wat met die levensenergie: dezelfde die ik af en toe mis, zeker na een slapeloze nacht. Waar het om gaat is dat die levensenergie in ons tot een levendmakende, aanspreekbare, bevrijdende adem/geest wordt.

Gij zijt in alles diep verscholen, in al wat leeft en zich ontvouwt. Maar in de mensen wilt Gij wonen met hart en ziel aan ons getrouwd…

Adem

Maar dat betekent ook dat wij met elkaar ‘getrouwd’ zijn, d.w.z. onlosmakelijk met elkaar verbonden en tot trouw aan elkaar geroepen. Van dit besef hangt alles af: niet alleen het antwoord op de vraag of we de pandemie de baas worden, maar ook die naar de toekomst van de aarde die gaar aan het koken is. De gevolgen hebben we zojuist gezien: in Canada, in Limburg, in België, in Duitsland. Het is meer dan ‘leven en laten leven’ alleen. Het gaat om de zorg voor elk levend wezen als de drager van dezelfde geest die ook mijzelf bezielt. En ik beweer beslist niet dat ‘de jeugd’ dit besef zou ontberen! Wat ik wel zeg is dat ik me steeds beter realiseer dat dit de enige denkbare grondslag is waarop we onze houding t.a.v. de werkelijkheid moeten ontwikkelen. Zo groot is dat plaatje maar het begint bij het besef dat ieder van ons door dezelfde adem wordt bezield …

Jarek Kubacki

Meer blogs …

Kraaien

In de bomen in de omgeving van mijn huis zitten vaak kraaien. Grote zwarte vogels die door middel van krassen blijk geven van hun aanwezigheid. Eigenlijk beschouw ik ze als een opruimploeg als ze daar met twee of drie luid aan het converseren zijn. Ze schamen zich er niet voor afval restjes uit de keuken, variërend van kaaskorstjes tot een enkele gebakken aardappel op te ruimen. Maar ik zie ze ook weleens de restanten van een gevederd verkeerslachtoffer zorgvuldig van het plaveisel verwijderen.

Daarvoor zijn het aaseters, zo staat het tenminste in het vogelboek. Deze kraaien zijn dus eigenlijk zeer sociaal. Ze jagen ook niet op andere vogelsoorten zoals bijvoorbeeld de kat van de buren doet. Geniepig loeren, en dan toehappen. Gelukkig heeft de buurman zijn kat voorzien van een belletje: de beoogde slachtoffers worden tijdig gewaarschuwd.

Nu woon ik tegenover een begraafplaats. Voor sommigen is dat een minder aantrekkelijke woonlocatie, maar de begraafplaats ligt wat lager en er staan mooie bomen omheen. Ik kijk er dus overheen. Aanvankelijk leefden de kraaien alleen in de bomen rond de begraafplaats. Soms nemen ze een menselijke vorm aan, zoals onlangs toen er een busje stopte waar zes jongemannen uitkwamen die op de stoep een zwarte jas aantrokken en een zwarte hoed opzetten. Ik weet dan: zo meteen is er een uitvaart.

Van lieverlee zijn de kraaien dichterbij huis gekomen. Niet onwaarschijnlijk is de reden daartoe dat ze de voedselbron meer zijn gaan waarderen. Soms maken ze al vroeg herrie als ze doorhebben dat er iemand wakker is. Maar hun gekras is nooit storend.

Merkwaardig is eigenlijk de kleur van hun verenkleed. Zwart, pikzwart. En ze trekken er zich niets van aan. Sterker nog: hun gekras is weleens door onderzoekers als lachen beschreven. Wij kunnen ook niet zien dat andere vogels met soms mooie kleuren, er iets om geven dat kraaien zwart zijn. En de kraaien zelf al helemaal niet. Die doen gewoon wat de natuur hen ingeeft. Alleen mensen koesteren vaak vooroordelen daar waar het de huidskleur betreft. De geschiedenis is wat dat betreft vol van vreselijke gebeurtenissen.

De kraaien zijn voor mij een dagelijkse herinnering dat wij als mensen ons goed moeten realiseren dat huidskleur niets zegt over je menszijn. En, gelukkig, is daar overweldigend wetenschappelijk bewijs voor. Onze roots liggen in Afrika en met haar bewoners zijn wij nauw verwant. Dit is de boodschap van de kraaien, opdat wij onze levensbeschouwing daarop inrichten.

Wouter B. Blokhuis

Meer blogs ….

 

 

 

Jeugd

Omdat ik excentrisch woon (in een dorpje bij Enkhuizen) moet ik in de zomer vaak wachten voor de Houtribsluizen bij Lelystad. Ook deze zomer sta ik weer eens in de rij te wachten. Vóór mij staat een leuke sportauto met een linnen kapje. De zon breekt door, het kapje gaat open en ik kan duidelijk zien wie er in het autootje zitten.

Voor de verandering eens geen man op leeftijd, maar een jong stel. Zij heeft haar haar opgestoken en hij draagt een schalks petje. Ze kunnen het uitstekend met elkaar vinden, want tijdens de tien minuten die we moeten wachten geven ze elkaar twee keer de high five en zoenen ze elkaar enthousiast.

Het tafereeltje vertedert me. Bernard Shaw mag dan gezegd hebben dat jeugd veel te mooi is om aan jonge mensen te verspillen, er is een kant aan jonge mensen die je in het hart raakt en een glimlach oproept bij het terugdenken aan de onbezonnenheid en gedrevenheid van je eigen jonge jaren.

Later, als je ouder wordt, verdwijnt die onbezonnenheid en dat heeft ook iets van verlies. Je maakt misschien minder fouten, maar je pieken en dalen van opperste vreugde en diepe teleurstelling zwakken geleidelijk af tot kleine heuveltjes in een aangeharkt landschap.

In Genesis wordt verteld dat aartsvader Jakob zijn zoon Jozef liefhad boven zijn andere zonen omdat hij een “kind van zijn oude jaren was“. In dat zinnetje zit eigenlijk alles. Oude jaren kijken met een speciale blik naar jonge jaren. En in dat kijken duikt dan soms een liefdevol moment op, onverwacht en niet goed definieerbaar, maar wel een kleine vreugde voor de ziel.

Johan de Wit

Meer blogs …

 

De roos kent geen waarom…

Rebbe Nachman van Breslov zei ooit: ‘De dag van je geboorte was de dag waarop de Schepper besloot dat de wereld zonder jou niet meer kon’. Of ik met het woord ‘Schepper’ wel wat te beginnen weet, of helemaal niet, vraag ik me weleens af hoe ik in wereld zou staan en ernaar kijken als ik daar ECHT in geloofde…

Ik ben aan een beschrijving van vrijzinnigheid gehecht die volgens mij van E.P. Meijering afkomstig is en die zegt dat het een levenshouding is waarin alle vragen mogen gesteld worden. Geen vraag die niet mag! Maar of elke vraag ook persé MOET gesteld worden is een andere kwestie. Sommige vragen zijn net plaaggeesten die ons zeker niet verder helpen.

Neem bijvoorbeeld de ‘waarom-vraag’: Waarom zijn we hier? Om welke reden? Gisteren liep ik een beetje rond de rozen van mijn buren te fotograferen. En plotseling moest ik aan een gedicht van Angelus Silesius denken:

De roos kent geen waarom,

zij bloeit omdat zij bloeit:

zij denkt niet om zichzelf;

vraagt niet of men haar ziet.

Er is iets inderdaad iets onvoorwaardelijks aan elke roos en ik denk dat hun pracht juist uit die (ik zou willen zeggen: schaamteloze) onvoorwaardelijkheid vandaan komt. Ja, uiteraard zijn ze ook van een reeks voorwaarden afhankelijk om te kunnen bestaan: aarde, zonkracht, water. En toch draagt elke roos in mijn ogen die schaamteloze zekerheid uit: De wereld kan niet zonder mij! Ik hoef geen bijdrage te leveren, ik BEN een bijdrage aan het leven!

In de Statenvertaling eindigt het bijbelboek Handelingen met de mededeling dat Paulus deed wat volgens hem zijn roeping was en dat MET VRIJMOEDIGHEID. Vrijmoedig: onbeschroomd, schaamteloos, rondborstig, vrij in het uiten van zijn gemoed. Een beetje als een roos, hé? Wanneer ik me afvraag wat mijn persoonlijke verjaardagwens zou zijn t.g.v. het 150/151 jarig bestaan van onze vereniging, komt juist dit woord bij me op. En een beeld: het beeld van een roos …

Jarek Kubacki

Meer blogs …